Mijn naam is Gregory Pope, trainer, voorjager en gelegenheids fokker van werkgefokte Engelse springer spaniëls. 

In 1998 importeerde ik mijn eerste Engelse springer spaniël teef Hawridge Nina (Skye) uit Engeland. Skye werd getraind middels het boek van legendarische top trainer Keith Erlandson. Een klein, snel en makkelijk trainbaar teefje dat bij de eerste keer uitbrengen op een jeugd veldwedstrijd in Tholen een derde plaats behaalde met een ZG, geen slechte prestatie voor een beginnende voorjager en onervaren hond. Het jaar daarop behaalde we het jachtgeschiktheidscertificaat van de toenmalige spaniël unie Nederland (tegenwoordig jachtcomissie SUN).

Inmiddels zijn we heel wat jaren verder en een hoop ervaringen rijker, het fokken van gezonde honden is mijn grootste doelstelling, voorop staan uiteraard naast gezondheid dingen als trainbaarheid, will to please en het van nature willen apporteren, jagen en de dichte dekking  aan nemen. Al mijn honden hebben zich bewezen tijdens de praktijk jacht en/of veldwedstrijden.

Een aantal door mij getrainde honden die zijn  gebruikt bij het opzetten van de "Woodview" lijn zijn Rhanna Sixpence, (tot op de dag van vandaag mijn all time favorite, een adelijke uitstraling, super intelligent, snel, stijlvol en zeer makkelijk te trainen), Angie's boy of the Spring Cottage, (gefokt door Hajo Geervliet en Elly Bos), Vwk.07 Striker of Sweetgale Valley, (gefokt door goede vriend Arnold Smit van de Sweetgale Valley kennels). Woodview Carnaby Colleen (Eigendom van de fam. Ten Thije, niet door mij getraind). Perfect Pear,  Thornycourt Flower, Mickelthorn Mayhem, Braebirnie Bullet (alle vier eigendom van Wim en Martijn van Run) zijn ook niet door mij getraind maar wel door Wim en Martijn beschikbaar gesteld om de Woodview lijn voort te zetten en uit te breiden. Daarnaast heb ik diverse springers getraind en verkocht aan jagers voor gebruik tijdens de praktijk jacht.

Mijn doelstelling is van begin af aan altijd al het volgende geweest, een goede, gezonde, stabiele eigen werklijn opzetten en behouden. Dit is iets wat niet over één nacht ijs en zonder tegenslagen te realiseren is, het vergt tijd, een goede basis,  geduld, kennis van bloedlijnen en vooral transparantie en openheid bij fokkers onderling (iets waar we veel meer van kunnen gebruiken binnen het ras) uiteraard speelt geluk ook een grote rol mee."Mate the best to the best and hope for the best" is een advies dat ik ooit kreeg van een top trainer/fokker van een bekende werklijn uit Engeland, helaas ...... het willekeurig koppelen van twee toppers geeft geen garantie dat nakomelingen uit zo'n dergelijke willekeurige combinatie ook toppers zullen worden, er komt zoveel meer bij kijken waaronder de vraag lijnteelt of outcross? Op welke honden ga ik lijnteelt toepassen / terugfokken? Ga ik voor outcross, de vraag waarom ga ik voor outcross, vele goede eigenschappen kunnen bij een complete outcross namelijk verloren gaan.... er zijn zoveel verschillende dingen waar men tijdens de fok rekening mee dient te houden iets wat niet altijd meevalt. Hetzelfde geld voor gezondheid, twee ouderdieren met een heupuitslag A geeft absoluut geen garantie dat toekomstige nakomelingen uit een dergelijke combinatie allen A heupen zullen hebben ook hier komen vele verschillende factoren bij kijken, voeding en opvoeding spelen daarbij een hele groote rol.

Naast het testen van ouderdieren op erfelijke oogafwijkingen, (een jaarlijks terugkerende controle)  ben ik samen met een paar collega fokkers (ondanks dat de rasverenigingen dit niet (meer) verplicht stellen) nogsteeds voorstander van het testen van pups op erfelijke oogafwijkingen. De zogehete nestcontrole vindt plaats voor dat de pups naar hun nieuwe baasjes gaan op een leeftijd van 8 weken. Maar waarom pups testen als dit niet meer verplicht is? De reden hiervoor is simpel, als een pup RD (Retina Dysplasie) heeft dan kan dit op een leeftijd van 8 weken al worden vastgesteld. Door het testen op jonge leeftijd kan preventief een aantal onwenselijke toekomstige keuzes worden voorkomen. Een voorbeeld hiervan is het uitbrengen op veldwedstrijden: Veldwedstrijden hebben volgens het algemeen veldwedstrijdreglement tot doel  potentieel fokmateriaal te selecteren. Een hond die lijder is van RD kan en mag geen bijdrage leveren aan de fokkerij en toekomst van het ras in het algemeen  en zou dus niet moeten worden uitgebracht op veldwedstrijden. Door een dergelijke hond wel uit te brengen op de veldwedstrijden wordt voorbij gegaan aan het doel van de veldwedstrijden en neemt men een plaats in van een hond die wel aan de doelstelling van het algemeen veldwedstrijdreglement voldoet. Ook kan door het testen op erfelijke oogafwijkingen vanuit de fokker worden voorkomen dat in de toekomst met een lijder van de erfelijke oogafwijking wordt gefokt zodat de erfelijke afwijking niet verder wordt verspreid. Door het testen van pups voorkom je dus een hoop telleurstelling bij nieuwe pupeigenaren en toekomstige trainers/voorjagers.

Er word nog al te vaak met bewezen dragers en lijders van RD gefokt, men kan zich hier afvragen of dergelijke fokkers ethisch verantwoord bezig zijn en of ze bezig zijn met het in stand houden van een gezond ras of puur bezig zijn uit eigen belang om er financieel beter van te worden.

Inmiddels heb ik ook diverse springers geëxporteerd, niet alleen binnen Europa naar landen als Duitsland, België en Frankrijk maar ook de Verenigde Staten staan op de lijst. 

Onderstaand kan men een interessant artikel lezen dat geschreven is door Engelse top fokker/trainer Jeremy Organ, hij legt in het kort uit hoe belangrijk de tevenlijn is binnen de fokkerij: 

Spaniel breeders have observed over many years that some notable sires do not produce top quality sons, but instead they sire great daughters, who then go on to create great sons. Why might this happen? Well a female has two X chromosomes (XX) and a male has an X and a Y (XY). As the X chromosome from the sire can only be given to his daughters, his sons will never inherit those traits. It is the dam that gives the X chromosome to her offspring. Since some desired traits are passed down on only the X chromosome it makes the dam line even more important.The above sounds very scientific, but on the other hand over-simplifies the problems and chance of breeding top quality spaniels or any animals for that matter. However, it does shine some light on one fact that any breeder should take into account and that is of course the importance of the female line. For it is the positive traits that the female contains that the breeder is wishing to replicate. This does not mean that the male line is unimportant or any old sire is acceptable. Sires who, through their own bloodlines, have also demonstrated their ability to pass on similarly required traits should be considered for breeding.Successful breeders realise they are always fighting "the drag of the breed," which is the tendency for all animals to breed back towards mediocrity. If it didn't work that way super species and indeed super racies would have developed long ago in every animal on earth. For instance in human beings it is impossible to breed parents with high IQs together to produce even higher IQs in their children. Even when two genius parents have children the average IQ of their children will be half way between normal and the average of their IQs. By the way Einstein himself was the off spring of parents who were themselves first cousins - and he married his first cousin. Obviously a bit of line breeding going on there.Jeremy has always recognised, from the days of his farming experiences to the breeding of his spaniels, the importance of a strong female line and he has managed to keep a very strong female line in his springers right from the day he aquired his first bitch to the present.

www.edgegrovegundogs.co.uk

Voor info. over de mogelijkheden tot pup/groepstraining, toekomstige nesten, getrainde honden kunt u contact opnemen via het contact formulier te vinden onder de knop "Contact Ons" rechts bovenaan de pagina.